Huisregels

Waar mensen samen wonen en leven zijn regels nodig. Niet om de baas te zijn, maar om rust en zekerheid te geven. Als je weet waar je aan toe bent, weet welke afspraken er zijn, dan voel je je veilig en weet je wat anderen van je verwachten. Ook als je de regels niet leuk vindt.

Onze lijst met regels lijkt lang. Veel regels zijn in een “normaal” huishouden ongeschreven. Wij merken dat duidelijkheid belangrijk is. Door de regels, zelfs de kleintjes en meest vanzelfsprekende, uit te spreken en uit te schrijven geeft dat duidelijkheid.

Wij willen dat kinderen bij ons thuis zich aan de volgende huisregels houden:

(niet in volgorde en niet volledig)

  1. Afspraak is afspraak, en lukt het je niet een afspraak na te komen dan meldt je dat zodra je het weet.
  2. Eten (ontbijt en avondeten) doen we op de afgesproken tijd. Kom je te laat dan meldt je dat.
  3. Iedereen werkt mee. Je doet je toegewezen taken zoals opruimen, tafel dekken, dieren verzorgen of afwas.
  4. Je pakt geen koek, snoep, chips, frisdrank, ijs of andere snacks zonder toestemming.
  5. Geen 18 dan rook je niet en drink je geen alcohol, thuis niet en ook niet ergens anders.
  6. Je gebruikt geen drugs of verdovende middelen.
  7. We gebruiken geen geweld, schoppen niet, slaan niet, krabben niet, knijpen niet of duwen niet.
  8. Je blijft van de spullen van een ander af zonder toestemming.
  9. Je gaat nooit de slaapkamer van een ander in zonder toestemming van die persoon.
  10. Je gaat nooit de badkamer in als deze bezet is.
  11. Je bent thuis op de afgesproken tijd.
  12. Je spreekt de waarheid.
  13. We laten elkaar uitpraten.
  14. We respecteren elkaars en elkaars mening, maar hoeven het niet met elkaar eens te zijn.
  15. Een grapje mag, maar we pesten elkaar niet.
  16. We helpen elkaar.
  17. We zijn lief tegen elkaar en de dieren.
  18. Als we buiten zijn houden we rekening met de buren.
  19. Je houdt je aan je bedtijd.
  20. Je vraagt aan Sanne of Jan Willem toestemming of een vriendje of vriendinnetje mag komen spelen of logeren of als je ergens wil spelen of logeren.
  21. Bij samen TV kijken is niemand de baas, je komt er samen uit.
  22. Ga je weg dan vertel je aan Sanne of Jan Willem waarheen.