Executieve functies: wat ze zijn, waarom ze belangrijk zijn, en wat als ze niet goed werken

Wat zijn executieve functies?

Elke dag moeten we allerlei dingen doen. We staan op, kleden ons aan, ontbijten, gaan naar school of naar ons werk. Onderweg letten we op het verkeer. We volgen lessen of voeren taken uit. Soms zijn er leuke dingen, soms zijn er moeilijke dingen. In al deze situaties maken we keuzes. We beslissen hoe we reageren, wat we zeggen en wat we doen. Vaak merken we niet eens dat we al die keuzes maken. Toch gebruiken we daar een belangrijk deel van onze hersenen voor: de executieve functies.

Executieve functies zijn de regelvaardigheden van de hersenen. Ze helpen ons om doelgericht te handelen, om te plannen, om te stoppen met iets als dat nodig is, en om na te denken voordat we iets doen. Je kunt executieve functies zien als de dirigent van een orkest. De dirigent zorgt ervoor dat alle instrumenten op het juiste moment beginnen en stoppen. Zo zorgen de executieve functies ervoor dat onze gedachten, gevoelens en gedragingen goed samenwerken. Dit helpt ons om te bereiken wat we willen, op een slimme en sociale manier.

Ontwikkeling van executieve functies

Deze functies ontwikkelen zich vanaf de vroege kindertijd en zijn pas helemaal klaar rond het 25e levensjaar. Dat betekent dat kinderen en jongeren nog veel moeten leren en oefenen. Het is dan ook normaal dat ze soms moeite hebben met plannen, zich inhouden of rustig blijven. Maar soms zijn executieve functies echt zwak ontwikkeld. Dan kunnen er problemen ontstaan op school, thuis en in het contact met anderen. Daarom is het belangrijk om te begrijpen wat executieve functies zijn, hoe ze werken en wat je kunt doen als het moeilijk gaat.

Verschillende soorten executieve functies

Er zijn verschillende executieve functies. Ze hebben allemaal een eigen taak, maar ze werken ook samen. Een van de bekendste is het werkgeheugen. Dit is het vermogen om informatie tijdelijk vast te houden in je hoofd. Bijvoorbeeld als je een som uitrekent zonder rekenmachine. Of als je drie instructies moet onthouden: “Pak je schrift, schrijf de datum op en begin met opdracht 1.” Als je werkgeheugen goed werkt, kun je die stappen onthouden en uitvoeren. Maar als het werkgeheugen zwak is, raak je snel de draad kwijt. Dan vergeet je wat je moest doen of sla je stappen over.

Problemen door een zwak werkgeheugen

Een zwak werkgeheugen kan grote gevolgen hebben voor schoolprestaties. Kinderen kunnen niet goed volgen wat de juf of meester zegt. Ze moeten steeds vragen wat ze ook alweer moesten doen. Ze lijken snel afgeleid of langzaam, terwijl ze eigenlijk hard werken om alles te onthouden. Dit kan leiden tot frustratie, fouten en lagere cijfers. Ook thuis kunnen er problemen ontstaan, bijvoorbeeld als het kind steeds vergeet wat er gezegd is, of niet onthoudt wat het moest doen. Het kind kan dan als ‘ongehoorzaam’ gezien worden, terwijl het probleem eigenlijk in het werkgeheugen zit.

Wat is emotieregulatie?

Een andere belangrijke executieve functie is emotieregulatie. Dit is het vermogen om je gevoelens te herkennen en ermee om te gaan. Iedereen is wel eens boos, verdrietig of teleurgesteld. Maar het is belangrijk dat je leert hoe je met deze gevoelens kunt omgaan, zodat je geen dingen doet waar je later spijt van hebt. Emotieregulatie helpt je om niet meteen te schreeuwen als je boos bent, of om niet in huilen uit te barsten als iets niet lukt. In plaats daarvan leer je even adem te halen, na te denken en op een rustige manier te reageren.

Gevolgen van zwakke emotieregulatie

Bij kinderen zie je vaak dat ze nog leren omgaan met hun emoties. Dat is normaal. Maar als de emotieregulatie zwak is, kan dat leiden tot driftbuien, huilbuien of zelfs agressief gedrag. Het kind wordt dan overspoeld door gevoelens en weet niet hoe het daarmee om moet gaan. Dit is niet alleen moeilijk voor het kind zelf, maar ook voor ouders, leerkrachten en klasgenoten. Kinderen die hun emoties niet kunnen beheersen, krijgen vaker straf of worden buitengesloten. Ze kunnen zich onbegrepen voelen, waardoor de problemen groter worden.

Het leren reguleren van emoties is dan ook een belangrijk doel, vooral bij jonge kinderen. Ze hebben daarbij hulp nodig van volwassenen. Het helpt als een volwassene rustig blijft, benoemt wat het kind voelt, en samen kijkt naar wat er anders kan. Ook het aanleren van technieken, zoals rustig ademhalen, even weglopen of iets anders doen, kan helpen. Kinderen leren dan dat emoties erbij horen, maar dat je er niet door hoeft te worden overspoeld.

Wat is reactie-inhibitie?

Naast werkgeheugen en emotieregulatie is ook reactie-inhibitie heel belangrijk. Dit betekent dat je even stopt voordat je iets doet of zegt. Je denkt eerst na, en dan pas handel je. Dit lijkt misschien simpel, maar voor veel kinderen (en ook volwassenen!) is het best lastig. Vooral jonge kinderen leven vaak in het moment. Als ze iets willen zeggen, doen ze dat meteen. Als ze iets willen pakken, grijpen ze ernaar. Als ze boos zijn, slaan ze misschien of schreeuwen ze. Reactie-inhibitie helpt om deze impulsen te remmen. Je leert om te wachten, om niet meteen te reageren, en om je gedrag aan te passen aan de situatie.

Problemen door zwakke reactie-inhibitie

Zwakke reactie-inhibitie kan leiden tot impulsief gedrag. Kinderen roepen door de klas, pakken iets zonder te vragen of rennen zomaar weg. Ze lijken onbeleefd of onhandelbaar, maar vaak hebben ze simpelweg moeite met stoppen. Hun hersenen zijn nog niet sterk genoeg ontwikkeld om eerst na te denken. Dit kan voor veel problemen zorgen, vooral op school. Leraren vinden het gedrag storend, andere kinderen voelen zich onveilig, en het kind zelf krijgt vaak negatieve aandacht. Daardoor kan het zelfbeeld van het kind beschadigd raken.

Gelukkig is reactie-inhibitie te oefenen. Door spelletjes te doen waarbij kinderen moeten wachten of luisteren, leren ze hun impulsen beter te beheersen. Denk aan ‘stopdans’, ‘Simon zegt’, of andere spelletjes waarbij je pas mag bewegen als er een signaal komt. Ook het benoemen van goed gedrag helpt: “Wat goed dat je eerst je vinger opstak!” Zo leert het kind stap voor stap hoe het zichzelf kan sturen.

Andere belangrijke functies

Naast deze drie functies zijn er nog andere executieve functies, zoals plannen, organiseren, volhouden, flexibel denken en starten met een taak. Al deze functies zijn belangrijk voor het dagelijks leven. Ze werken samen als een team. Als één van de functies zwakker is, kan dat het hele systeem beïnvloeden. Daarom is het belangrijk om te kijken naar het geheel, en niet alleen naar één vaardigheid.

Oorzaken van zwakke executieve functies

Maar waarom zijn deze functies soms zwak ontwikkeld? Dat kan verschillende oorzaken hebben. Sommige kinderen zijn van nature wat minder sterk in het aansturen van zichzelf. Dit kan erfelijk zijn. Ook problemen tijdens de zwangerschap of geboorte kunnen invloed hebben op de hersenontwikkeling. Een andere oorzaak kan stress of trauma zijn. Kinderen die veel spanning ervaren, kunnen moeite hebben met het reguleren van hun gedrag. Hun hersenen staan als het ware steeds op ‘alarm’. Dan is er weinig ruimte voor rustig nadenken of plannen. Ook kinderen met ADHD of autisme hebben vaak moeite met executieve functies. Hun hersenen werken anders, waardoor ze meer begeleiding nodig hebben.

Kijk naar de oorzaak, niet alleen het gedrag

Als executieve functies zwak zijn, is het belangrijk om niet alleen naar het gedrag te kijken, maar naar de oorzaak. Een kind dat steeds roept, luistert niet per se slecht. Misschien kan het gewoon nog niet goed stoppen met praten. Een kind dat steeds iets vergeet, is niet per se slordig. Misschien is het werkgeheugen snel vol. Als we begrijpen waar het gedrag vandaan komt, kunnen we beter helpen.

Wat kun je doen om te helpen?

Er zijn verschillende manieren om kinderen met zwakke executieve functies te ondersteunen. Structuur is erg belangrijk. Door een vaste dagindeling, duidelijke regels en herhaling weten kinderen wat er van hen verwacht wordt. Dat geeft rust in het hoofd. Ook visuele hulpmiddelen helpen, zoals pictogrammen, dagschema’s of stappenplannen. Zo hoeft het kind minder te onthouden. Pauzes inbouwen is ook zinvol. Kinderen die snel moe zijn of zich moeilijk kunnen concentreren, hebben baat bij korte taken met afwisseling.

Daarnaast is het belangrijk om te oefenen met emotieregulatie. Dat kan op veel manieren: praten over gevoelens, tekenen wat je voelt, of oefenen met ademhalingstechnieken. Sommige kinderen hebben baat bij een boosheids-thermometer of een knuffelplek om tot rust te komen. Ook samen nadenken over lastige situaties helpt. Vraag bijvoorbeeld: “Wat gebeurde er? Wat voelde je? Wat zou je de volgende keer kunnen doen?” Zo leert het kind van ervaringen.

Geef complimenten en oefen positief gedrag

Complimenten geven is ook belangrijk. Door te benoemen wat goed gaat, groeit het zelfvertrouwen. Zeg bijvoorbeeld: “Wat fijn dat je rustig bleef toen het niet lukte.” Of: “Je dacht echt even na voordat je iets zei. Goed gedaan!” Zo krijgt het kind positieve aandacht en motivatie om verder te oefenen.

Wanneer is extra hulp nodig?

In sommige gevallen is extra hulp nodig. Bijvoorbeeld van een orthopedagoog of kinderpsycholoog. Zij kunnen helpen om de sterke en zwakke kanten van het kind in beeld te brengen. Soms is er een training nodig voor sociale vaardigheden of emotieregulatie. Ook ouders en leerkrachten kunnen begeleiding krijgen, zodat zij het kind beter kunnen ondersteunen.

Executieve functies kun je versterken

Executieve functies zijn dus geen vaste eigenschappen. Ze kunnen groeien en sterker worden. Maar dat kost tijd, oefening en begrip. Het is belangrijk dat kinderen de kans krijgen om te oefenen, fouten te maken en te leren. Ze hebben mensen nodig die hen steunen, die geduld hebben en die geloven dat ze het kunnen.

Als executieve functies goed ontwikkeld zijn, kan een kind beter plannen, zich beter concentreren, rustiger blijven bij tegenslag, en beter omgaan met anderen. Dat maakt niet alleen het schoolleven makkelijker, maar helpt ook in vriendschappen en later in het werk. Het zijn vaardigheden voor het leven.

Tot slot

Daarom is het belangrijk dat we als ouders, leerkrachten en begeleiders aandacht besteden aan deze onzichtbare, maar o zo belangrijke functies. Door vroeg te signaleren, goed te begrijpen en gericht te ondersteunen, kunnen we elk kind helpen om zijn of haar executieve functies te versterken. Zo bouwen we samen aan een stevige basis voor de toekomst.

Dit artikel is mede tot stand gekomen met behulp van AI.

Geef een reactie