Het Belang van Veiligheid in Emotionele Ontwikkeling

Inleiding

De Canadese ontwikkelingspsycholoog Gordon Neufeld heeft een invloedrijke visie ontwikkeld op de emotionele en psychologische ontwikkeling van kinderen en adolescenten. Zijn benadering staat bekend als de Neufeld-theorie of het attachment-based developmental model. Een belangrijk uitgangspunt bij Neufeld is dat gezonde ontwikkeling niet vanzelf tot stand komt, maar sterk afhankelijk is van de kwaliteit van de relaties en de omgeving waarin een kind opgroeit (Neufeld & Maté, 2004).

Binnen dit kader onderscheidt Neufeld drie kernprocessen die bepalend zijn voor de emotionele rijping van kinderen en jongeren:

  1. Emergentie – het vermogen om een gevoel van eigenheid te ontwikkelen, inclusief zelfexpressie, creativiteit en innerlijke motivatie.
  2. Adaptatie – het vermogen om met teleurstelling, verlies en grenzen om te gaan, door frustratie om te zetten in aanpassing en veerkracht.
  3. Integratie – het vermogen om tegenstrijdige gevoelens, gedachten en impulsen in balans te brengen, waardoor empathie, moreel besef en zelfbeheersing ontstaan.

Deze drie processen ontwikkelen zich niet los van elkaar, maar beïnvloeden elkaar voortdurend. In de volgende hoofdstukken wordt elk proces afzonderlijk uitgewerkt.

Hoofdstuk 1: Emergentie

Wat is emergentie?

Emergentie is het proces waarin een kind langzaam maar zeker een gevoel van eigenheid en individualiteit ontwikkelt. Het gaat om het ontdekken van het eigen “ik”: wie ben ik, wat wil ik, wat voel ik, en wat maakt mij uniek? Volgens Neufeld is emergentie een fundamenteel onderdeel van de menselijke ontwikkeling, omdat het de basis legt voor creativiteit, motivatie en zelfexpressie (Neufeld & Maté, 2004).

Je ziet dit proces al bij jonge kinderen wanneer zij beginnen te zeggen: “ik zelf doen” of “dat wil ik niet”. Het kind laat merken dat het zichzelf ervaart als een losstaand persoon met een eigen wil en voorkeuren. Naarmate het ouder wordt, uit dit zich in fantasievol spel, nieuwsgierigheid en het aandragen van eigen ideeën. In de adolescentie krijgt emergentie een diepere vorm: jongeren zoeken naar een persoonlijke identiteit, los van de meningen en verwachtingen van hun omgeving.

Emergentie is dus geen losstaande vaardigheid, maar een voortdurend proces dat zich stap voor stap ontvouwt. De voedingsbodem ligt in een veilige hechting: kinderen die zich gedragen en geliefd voelen, durven hun eigenheid te laten zien. Ontbreekt die veiligheid, dan kan een kind zich gaan aanpassen aan de verwachtingen van anderen of zich juist terugtrekken, waardoor zijn authentieke zelfontwikkeling wordt belemmerd.

Bevorderende omstandigheden
  • Veilige gehechtheid: een warme en responsieve ouder-kindrelatie waarin het kind zich geaccepteerd voelt.
  • Ruimte voor exploratie: kinderen krijgen gelegenheid om te spelen, te ontdekken en hun interesses te volgen.
  • Emotionele bevestiging: volwassenen nemen gevoelens en gedachten van kinderen serieus.
  • Voorbeeldgedrag: ouders of opvoeders tonen zelf authenticiteit en creativiteit.
Belemmerende omstandigheden
  • Onveilige of verstoorde gehechtheid: gebrek aan responsiviteit, verwaarlozing of wisselende beschikbaarheid.
  • Overmatige controle: weinig ruimte voor eigen initiatief, streng of autoritair opvoedklimaat.
  • Afwijzing of pesten: negatieve sociale ervaringen die het zelfbeeld ondermijnen.
  • Trauma of chronische stress: kan leiden tot overlevingsgedrag in plaats van groei.
Herkenningspunten gezonde ontwikkeling
  • Het kind toont nieuwsgierigheid en fantasie in spel.
  • Het kind heeft een beginnend gevoel van humor en originaliteit.
  • Het kind kan eigen voorkeuren uitdrukken (“ik wil dit wel, dat niet”).
  • Het kind voelt zich vrij om ideeën of gevoelens te delen met vertrouwde volwassenen.
Signalen van stagnatie of problematiek
  • Het kind toont weinig initiatief of creativiteit.
  • Sterke afhankelijkheid van de goedkeuring van anderen, geen eigen mening.
  • Angst om fouten te maken of zichzelf te laten zien.
  • Teruggetrokken gedrag of juist overdreven please-gedrag.

Hoofdstuk 2: Adaptatie

Wat is adaptatie?

Adaptatie verwijst naar het vermogen van kinderen om teleurstellingen, beperkingen en verliezen te verdragen en ermee om te gaan. Het is de emotionele kracht die hen in staat stelt zich aan te passen wanneer dingen niet gaan zoals zij hopen of verwachten. Dit proces is cruciaal voor de ontwikkeling van veerkracht en innerlijke flexibiliteit.

Bij jonge kinderen zien we dat frustratie vaak leidt tot tranen of driftbuien. In een gezonde ontwikkeling leert een kind geleidelijk dat niet alle wensen vervuld kunnen worden. Het leert dat verdriet er mag zijn, dat pijn kan zakken en dat er na verlies ook weer herstel mogelijk is. Dit besef is niet aangeboren, maar ontwikkelt zich in de loop van de jaren door steun en begeleiding van volwassenen.

Adaptatie is zichtbaar in alledaagse situaties: een peuter die accepteert dat hij niet nóg een koekje krijgt, een schoolkind dat sportief omgaat met verlies tijdens een spel, of een tiener die teleurstelling verwerkt na een afwijzing door vrienden. Wanneer adaptatie goed verloopt, groeit er bij kinderen een soort innerlijke soepelheid: ze kunnen zich buigen zonder te breken, en leren omgaan met de onvermijdelijke grenzen en pijn van het leven.

Neufeld benadrukt dat adaptatie niet gaat om harder worden, maar om het ontwikkelen van een zachte kern: het vermogen om te voelen, verdriet toe te laten en daaruit te leren. Dat proces is alleen mogelijk in een omgeving waarin emoties erkend en gedragen worden.

Bevorderende omstandigheden
  • Steunende volwassenen die frustraties erkennen en kinderen begeleiden bij emoties.
  • Grenzen en structuur die duidelijk, maar warm worden aangeboden.
  • Voorbeelden van herstel: ouders laten zien hoe zij zelf omgaan met tegenslag.
  • Tijd en ruimte voor rouw: kinderen mogen verdriet voelen en verwerken.
Belemmerende omstandigheden
  • Overbescherming: kinderen worden te veel weggehouden van uitdagingen of teleurstellingen.
  • Emotionele verwaarlozing: emoties worden genegeerd of afgekeurd.
  • Onvoorspelbare of harde straffen: leidt tot angst of agressie in plaats van leren.
  • Chronische stress of instabiliteit: kinderen raken overspoeld en leren niet reguleren.
Herkenningspunten gezonde ontwikkeling
  • Het kind kan teleurstelling verdragen zonder langdurige woede-uitbarstingen.
  • Het kind zoekt troost of steun bij vertrouwde volwassenen na een tegenslag.
  • Het kind kan bij verlies verdriet tonen en daarna weer verder gaan.
  • Het kind leert alternatieven te zoeken (“dan probeer ik het anders”).
Signalen van stagnatie of problematiek
  • Hevige driftbuien bij kleine tegenslagen.
  • Agressief gedrag of vernielzucht bij frustratie.
  • Afsluiten of emotioneel verdoofd reageren.
  • Moeite met het accepteren van ‘nee’ of grenzen.

Hoofdstuk 3: Integratie

Wat is integratie?

Integratie is het proces waarin kinderen leren tegengestelde emoties, verlangens en perspectieven met elkaar in balans te brengen. Het is misschien wel het meest complexe van de drie processen, omdat het vraagt om het verdragen van innerlijke spanning en het vinden van een middenweg.

Een jong kind ervaart gevoelens vaak zwart-wit: iets is óf leuk óf stom, iemand is óf lief óf gemeen. Naarmate integratie zich ontwikkelt, ontstaat er meer nuance: een kind ontdekt dat het tegelijk boos kan zijn op een vriendje én toch bevriend wil blijven. Het leert dat het iets heel graag kan willen, maar toch kan kiezen om te wachten of rekening te houden met een ander.

Bij adolescenten krijgt dit proces een nog grotere betekenis. Zij ontwikkelen het vermogen om innerlijke tegenstellingen te overzien, zoals loyaliteit aan ouders versus de wens naar autonomie, of eigen verlangens versus morele overtuigingen. Integratie vormt daardoor de basis voor empathie, moreel handelen en zelfbeheersing.

Volgens Neufeld ontstaat echte rijpheid pas wanneer een kind of jongere in staat is om meerdere, soms tegenstrijdige gevoelens tegelijk vast te houden zonder dat de een de ander volledig verdringt. Dit zorgt voor innerlijke stevigheid, maar ook voor compassie naar anderen. Integratie vraagt daarom om een veilige omgeving waarin een kind niet bang hoeft te zijn voor afwijzing of straf wanneer het ingewikkelde gevoelens laat zien.

Bevorderende omstandigheden
  • Veilige hechting: kinderen durven complexe gevoelens toe te laten.
  • Dialoog en reflectie: volwassenen helpen kinderen woorden geven aan tegenstrijdige gevoelens.
  • Voorbeeldgedrag: ouders tonen empathie en zelfbeheersing.
  • Sociale ervaringen: vriendschappen, samenwerking en conflicten bieden oefening.
Belemmerende omstandigheden
  • Rigide of autoritaire opvoeding zonder ruimte voor dialoog.
  • Gebrek aan emotionele veiligheid: kind voelt zich niet veilig om gevoelens toe te laten.
  • Trauma of chronische stress: leidt tot zwart-wit denken of splitsing in emoties.
  • Pestervaringen of sociale uitsluiting: verhinderen gezonde identiteitsontwikkeling.
Herkenningspunten gezonde ontwikkeling
  • Het kind kan genuanceerd denken (“ik ben boos op mama, maar ik hou ook van haar”).
  • Het kind toont empathie voor anderen, zelfs bij eigen frustratie.
  • Het kind kan wachten of een keuze uitstellen.
  • Het kind is in staat samen te werken en compromissen te sluiten.
Signalen van stagnatie of problematiek
  • Zwart-wit denken, weinig nuance (“jij bent stom, jij bent lief”).
  • Moeite met zelfbeheersing, impulsief gedrag.
  • Gebrek aan empathie, egocentrisch gedrag.
  • Sterke innerlijke conflicten of emotionele uitbarstingen.

Conclusie

De processen van emergentie, adaptatie en integratie vormen volgens Gordon Neufeld de kern van gezonde emotionele en psychologische ontwikkeling. Elk proces vraagt om een basis van veilige hechting, steunende relaties en een omgeving die ruimte biedt voor zowel groei als grenzen.

Wanneer kinderen de kans krijgen om deze processen te doorlopen, ontwikkelen zij zich tot veerkrachtige, empathische en authentieke individuen. Bij belemmeringen of stagnatie kunnen gedrags- en emotionele problemen ontstaan, die vaak niet voortkomen uit ‘onwil’, maar uit een gemis in de ontwikkelingsbasis.

Voor ouders, opvoeders en professionals ligt er dus een belangrijke taak: zorgen voor veiligheid, erkenning en begeleiding, zodat kinderen en jongeren hun volle ontwikkelingspotentieel kunnen bereiken.

Bronnen: Neufeld, G., & Maté, G. (2004). Hold On to Your Kids: Why Parents Need to Matter More Than Peers. New York: Ballantine Books.
Neufeld Institute. (z.j.). The Neufeld Developmental Approach. Geraadpleegd op https://neufeldinstitute.org
Siegel, D. J., & Bryson, T. P. (2011). The Whole-Brain Child. New York: Bantam Books.
Van der Kolk, B. (2014). The Body Keeps the Score: Brain, Mind, and Body in the Healing of Trauma. New York: Viking.

Dit artikel is mede tot stand gekomen met behulp van AI.

Geef een reactie